ECLI:NL:CRVB:2010:BO4643
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Toekenning bijzondere bijstand voor kosten bewindvoering gegrond verklaard
Betrokkene had bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van bewindvoering, maar het college wees dit af met het argument dat deze kosten niet als noodzakelijke kosten van het bestaan konden worden aangemerkt volgens artikel 35 WWB Pro.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep gegrond en kende de bijzondere bijstand toe, stellende dat de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en noodzakelijk zijn. Het college ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad stelde vast dat de betaling van een bijstandsuitkering niet als opbrengst van de onder bewind staande goederen geldt en dat de kantonrechter de beloning van de bewindvoerder op verzoek kan aanpassen. De goedkeuring van de tarieven door de kantonrechter voor GSBB werd als rechtsgeldige regeling van de beloning beschouwd.
Daarom oordeelde de Raad dat de kosten van bewindvoering noodzakelijk zijn en voortvloeien uit bijzondere omstandigheden, zodat bijzondere bijstand daarvoor moet worden toegekend. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor kosten bewindvoering wordt toegekend en het college wordt veroordeeld in de proceskosten.