ECLI:NL:CRVB:2010:BO4716
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WW-uitkering en terugvordering wegens onjuiste urenopgave
Appellant was vanaf 1 januari 2007 aangewezen voor een WW-uitkering en werkte vanaf december 2007 als oproepkracht bij een werkgever. Bij het vaststellen van een nieuw recht op WW-uitkering ontstonden verschillen tussen de door appellant opgegeven uren op werkbriefjes en de opgave van de werkgever. Appellant verklaarde de 5/6-regel toe te passen, waarbij hij van elk gewerkt uur slechts 50 minuten meldde, en daarnaast een korting toepaste vanwege vakantiegeld en vakantierechten.
Het UWV stelde echter vast dat deze extra kortingen niet uit de wet of het beleid voortvloeien en dat het aantal gewerkte uren bepalend is voor de omvang van de WW-uitkering, niet de inkomsten. Daarom werd de uitkering herzien en een bedrag van €6.870,50 teruggevorderd. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat appellant zijn inlichtingenplicht niet correct had nageleefd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij de werkbriefjes naar eer en geweten had ingevuld en dat het UWV de onjuistheid had kunnen inzien. De Raad oordeelde dat de 5/6-regel correct was toegepast, maar dat de extra kortingen onrechtmatig waren. Bovendien waren de opgegeven uren onjuist, zoals blijkt uit vergelijkingen met de werkelijk gewerkte uren. De Raad bevestigde daarom het besluit tot herziening en terugvordering en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de WW-uitkering met terugvordering wordt bevestigd.