ECLI:NL:CRVB:2010:BO4813
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- W.F. Claessens
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor begrafeniskosten wegens schuldenlast en middelen
Appellante vroeg bijzondere bijstand voor de begrafeniskosten van haar overleden zoon, waarvan een deel was toegekend en het restant was afgewezen omdat het College geen bijstand verleent voor het betalen van schulden. De rechtbank bevestigde deze afwijzing, maar de Raad vernietigt deze uitspraak omdat de rechtbank haar oordeel niet baseerde op de juiste wettelijke grondslag.
De Raad stelt vast dat de aanvraag betrekking had op een schuld die nog niet was voldaan en dat appellante ten tijde van het ontstaan van de schulden en daarna over voldoende middelen beschikte om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. Op grond van artikel 13, eerste lid, aanhef en onder f, van de WWB staat dit bijstandsverlening voor schulden in de weg.
Het College was bovendien niet bevoegd om met toepassing van artikel 49, aanhef en onder b, van de WWB toch bijstand te verlenen, omdat geen aanvraag voor schuldsaneringskrediet was gedaan en er geen zeer dringende redenen waren. Daarom verklaart de Raad het beroep ongegrond en veroordeelt het College in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het College wordt veroordeeld in de proceskosten.