ECLI:NL:CRVB:2010:BO5402
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens ontbreken procesbelang bij schending hoorplicht WIA-uitkering
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarbij een loongerelateerde WGA-uitkering werd toegekend en het bezwaar tegen dit besluit werd afgewezen. In eerste aanleg heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard, waarbij werd geoordeeld dat het geschil alleen nog betrekking had op de vraag of het UWV de hoorplicht had geschonden.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij alsnog een persoonlijk onderhoud met de arbeidsdeskundige wenste, ondanks eerdere afwijzing van een hoorzitting. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat appellant zijn medische en arbeidskundige gronden niet meer handhaaft, waardoor alleen een formeel belang overblijft dat onvoldoende is voor procesbelang.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang bij de klacht over schending van de hoorplicht.