ECLI:NL:CRVB:2010:BO6665
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens vermeende schending inlichtingenplicht niet gegrond
Betrokkene vroeg op 26 september 2007 bijstand aan en gaf daarbij een woonadres op. Het College voerde huisbezoeken uit en concludeerde dat betrokkene niet op het opgegeven adres woonde, waarna de aanvraag werd afgewezen wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege onvoldoende onderbouwing en gebrek aan informed consent bij het huisbezoek. Het College ging hiertegen in hoger beroep. De Raad bevestigde dat het College wel een redelijke grond had voor het huisbezoek, maar dat het vereiste van informed consent ontbrak.
Desondanks oordeelde de Raad dat de bevindingen van het huisbezoek gebruikt mochten worden, tenzij dit onaanvaardbaar was. De Raad vond echter dat de rapportage onvoldoende feitelijke onderbouwing bevatte en dat het College niet aannemelijk had gemaakt dat betrokkene een onjuist woonadres had opgegeven.
Daarom was het College niet bevoegd de aanvraag af te wijzen wegens schending van de inlichtingenplicht. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het College in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens vermeende schending van de inlichtingenplicht wordt vernietigd en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.