ECLI:NL:CRVB:2010:BO7247
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens niet voldoen aan wekeneis door beëindiging dienstbetrekking uitzendbeding
Appellant had een WW-uitkering aangevraagd na beëindiging van werkzaamheden via een uitzendbureau (ABG). Het UWV stelde dat appellant onvoldoende weken had gewerkt om opnieuw recht op WW-uitkering te verkrijgen, omdat de dienstbetrekking volgens het uitzendbeding per 26 januari 2009 van rechtswege was geëindigd.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, waarbij werd geoordeeld dat vakantieweken buiten de dienstbetrekking vielen en dus niet konden worden gelijkgesteld met gewerkte weken. Appellant stelde in hoger beroep dat de dienstbetrekking tot 16 februari 2009 voortduurde en dat alle vakantieweken gelijkgesteld moesten worden.
De Raad overwoog dat alleen vakantieweken binnen de dienstbetrekking gelijkgesteld kunnen worden en dat de dienstbetrekking door het uitzendbeding per 26 januari 2009 was geëindigd. De schriftelijke bevestiging van ABG dat het dienstverband pas op 16 februari 2009 eindigde, doorbrak dit niet. Daarom kon appellant niet voldoen aan de wekeneis en werd het beroep afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WW-uitkering wordt bevestigd.