ECLI:NL:CRVB:2010:BO7617
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep CAK wegens onvoldoende procesbelang bij compensatie eigen risico
Betrokkene diende op 1 december 2008 een aanvraag in bij CAK voor compensatie van het eigen risico over 2008, welke door CAK op 15 januari 2009 werd afgewezen wegens het niet voldoen aan de voorwaarden volgens de Zorgverzekeringswet.
Na een bezwaarprocedure verklaarde CAK het bezwaar op 25 maart 2009 kennelijk ongegrond. De rechtbank Middelburg vernietigde dit besluit echter op 25 maart 2010 wegens strijd met de artikelen 3:2, 3:46 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand omdat betrokkene niet aan de voorwaarden voldeed op basis van gegevens van Vektis.
CAK stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat het besluit zorgvuldig was voorbereid en gemotiveerd, en dat betrokkene inderdaad niet voldeed aan de voorwaarden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat CAK onvoldoende procesbelang had bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep, omdat de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand had gelaten en CAK geen belang had bij een andere uitkomst.
Daarom werd het hoger beroep van CAK niet-ontvankelijk verklaard en werd een griffierecht opgelegd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van CAK wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende procesbelang.