ECLI:NL:CRVB:2010:BO7864
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens onvoldoende procesbelang bij compensatie eigen risico
Betrokkene heeft eind 2008 bij CAK een aanvraag ingediend voor compensatie van het eigen risico over 2008, welke door CAK is afgewezen. CAK verklaarde het bezwaar van betrokkene tegen deze afwijzing vervolgens kennelijk ongegrond. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens strijd met de artikelen 3:2, 3:46 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. CAK ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat het hoger beroep van CAK zich richt tegen de vernietiging van het besluit, maar niet tegen de bepaling van de rechtbank dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. De Raad oordeelt dat CAK daardoor onvoldoende procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van de aangevallen uitspraak, omdat het hoger beroep geen resultaat kan opleveren dat voor CAK feitelijk betekenis heeft.
Op grond hiervan verklaart de Raad het hoger beroep van CAK niet-ontvankelijk en legt een griffierecht van € 448,-- op. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzitter R.M. van Male op 15 december 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep van CAK wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende procesbelang.