ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1819
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking bijstandsuitkering wegens onduidelijkheid woonadres
Betrokkene ontving een bijstandsuitkering die door appellant, de gemeente Amsterdam, werd ingetrokken op grond van vermoedens dat betrokkene niet op het opgegeven woonadres verbleef. Dit volgde op een onderzoek waarbij een buurvrouw telefonisch werd gehoord en een huisbezoek werd afgelegd. De verklaring van betrokkene en de bevindingen uit het huisbezoek werden vastgelegd in een rapport.
Betrokkene betwistte vanaf het begin de juistheid van de verklaring in het rapport en stelde dat hij anders had verklaard dan weergegeven. De Raad constateerde dat onduidelijk was wie het huisbezoek had afgelegd en dat de verklaring niet onder ambtseed was opgemaakt. Bovendien was de verklaring niet aan betrokkene voorgelegd ter ondertekening of correctie.
De Raad oordeelde dat er onvoldoende waarborgen zijn dat het rapport een juiste weergave is van de verklaring van betrokkene. Ook de overige bevindingen konden niet zonder meer worden aangenomen vanwege de onduidelijkheid en het ontbreken van weerlegging van betrokkene's betwistingen. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat de intrekking van de bijstand onterecht was en veroordeelde appellant tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens vermeend niet-wonen op het opgegeven adres wordt onterecht geacht en het hoger beroep van appellant wordt afgewezen.