ECLI:NL:CRVB:2010:BO9002
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstandsaanvraag wegens onjuiste grondslag en buiten behandeling stelling
Appellanten, die sinds 1987 bijstand ontvingen, dienden in november 2007 een nieuwe aanvraag in die door het College werd afgewezen wegens vermeende schending van de inlichtingenverplichting en onvoldoende inspanning bij verkoop van een woning in Marokko. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad oordeelt dat het College een onjuiste wettelijke grondslag hanteerde door de aanvraag af te wijzen op basis van de inlichtingenverplichting zonder vast te stellen dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De Raad stelt dat appellanten de bewijslast dragen om aan te tonen dat zij niet meer over vermogen boven de vermogensgrens beschikken. Dit is niet voldoende aangetoond, waardoor de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Daarnaast werd een aanvraag van februari 2008 buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig aanleveren van noodzakelijke gegevens, wat door de Raad wordt bevestigd.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard voor het eerste besluit en ongegrond voor het tweede. Het College wordt veroordeeld in de proceskosten van appellanten en moet het betaalde griffierecht vergoeden. De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 14 december 2010.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand; de buiten behandeling stelling van een latere aanvraag wordt bevestigd.