ECLI:NL:CRVB:2010:BP0077
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV tot vergoeding proceskosten na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming
In deze zaak hebben appellanten hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank ’s-Hertogenbosch betreffende sociale zekerheidszaken. Het UWV heeft nadere besluiten genomen waarin het geheel aan de bezwaren van appellanten tegemoet is gekomen, waarna appellanten hun hoger beroepen hebben ingetrokken.
De Centrale Raad van Beroep heeft op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van Pro de Beroepswet geoordeeld dat het UWV op verzoek van appellanten kan worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. De Raad heeft daarbij ook de kosten in verband met de behandeling van bezwaar en beroep meegenomen, begroot op een totaalbedrag van € 1.932,--, waarbij een wegingsfactor van 1,5 is toegepast wegens samenhangende zaken.
De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten met toestemming van partijen en heeft het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan appellanten. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 20 december 2010.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 1.932,-- aan proceskosten aan appellanten.