ECLI:NL:CRVB:2010:BP0830
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens vermeende gezamenlijke huishouding niet bevestigd
Betrokkene ontving sinds 1997 bijstand en langdurigheidstoeslag. Naar aanleiding van anonieme meldingen stelde de Sociale Recherche Twente een onderzoek in naar de woon- en leefsituatie van betrokkene en O. Dit leidde tot een besluit van 4 juni 2007 om de bijstand vanaf 27 december 2002 in te trekken en €48.107,69 terug te vorderen wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder melding.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit wegens schending van de Algemene wet bestuursrecht, omdat de onderzoeksbevindingen onvoldoende waren om te concluderen dat betrokkene en O. beiden hun hoofdverblijf hadden in dezelfde woning. De Raad onderschrijft dit oordeel en benadrukt dat nader onderzoek, zoals een huisbezoek en het horen van getuigen, had moeten plaatsvinden.
De Raad merkt op dat betrokkene en O. op verschillende adressen stonden ingeschreven en dat verklaringen over het gebruik van de woning en persoonlijke bezittingen tegenstrijdig waren. Ook de verklaringen van buurtbewoners en observaties van korte duur boden onvoldoende bewijs van een gezamenlijke huishouding.
Het hoger beroep van appellant wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Het besluit tot intrekking en terugvordering wordt daarmee onterecht geacht. Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens vermeende gezamenlijke huishouding wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.