ECLI:NL:CRVB:2011:BP2905
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen beslag en terugvordering bijstand wegens WAO-uitkering
Appellant ontving bijstand van het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam over de periode tot mei 2003. Later ontving hij een WAO-uitkering die betrekking had op dezelfde periode. Het College vorderde de kosten van de bijstand terug op grond van artikel 58 WWB Pro, omdat appellant over in aanmerking te nemen middelen beschikte.
Appellant maakte bezwaar tegen het gelegde beslag en stelde dat de verrekening met de WAO-uitkering had plaatsgevonden, waardoor terugvordering niet gerechtvaardigd was. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en wees het beroep af. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beslissing, omdat het bezwaar tegen het beslag een privaatrechtelijke handeling betreft waartegen geen bestuursrechtelijk bezwaar mogelijk is.
De Raad oordeelde dat de verrekening niet tot stand was gekomen doordat appellant zich daartegen verzette en dat het College niet meer had teruggevorderd dan de werkelijk gemaakte kosten. Ook het argument van appellant dat sprake was van dubbele belasting en beslagkosten werd verworpen. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand door het College wordt bevestigd.