ECLI:NL:CRVB:2011:BP3978
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om wraking van behandelend rechter niet in behandeling genomen door Centrale Raad van Beroep
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Zutphen en vervolgens een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter van de Centrale Raad van Beroep. Dit verzoek werd eerder afgewezen met de mededeling dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen tenzij nieuwe feiten of omstandigheden worden aangevoerd.
Verzoeker diende een tweede wrakingsverzoek in, stellende dat de rechter te laat met zijn werkzaamheden was begonnen, wat volgens hem een nieuwe omstandigheid zou zijn. De Raad heeft overwogen dat deze omstandigheid niet kwalificeert als een nieuw feit of omstandigheid in de zin van artikel 8:16, vierde lid, van de Awb.
De Raad benadrukte dat de beslissing over het eerdere wrakingsverzoek niet ter beoordeling staat in deze procedure. Gezien het ontbreken van nieuwe feiten wordt het tweede wrakingsverzoek niet in behandeling genomen. De beslissing is uitgesproken door de voorzitter en leden van de Raad in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de behandelend rechter wordt niet in behandeling genomen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.