ECLI:NL:CRVB:2011:BP5029
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WAO-uitkering zonder dringende reden tot kwijtschelding
Appellant ontving een WAO-uitkering die per 17 juni 2004 werd herzien van 80-100% arbeidsongeschiktheid naar 25-35%. Het UWV heeft echter de uitkering tot en met 30 juni 2005 ongewijzigd doorbetaald, waarna het een bedrag van €4.302,32 terugvorderde als onverschuldigd betaald.
Appellant betwistte de terugvordering en voerde aan dat er sprake was van onaanvaardbare sociale en financiële gevolgen, onderbouwd met een medische rapportage. De rechtbank oordeelde dat het UWV op grond van artikel 57 WAO Pro verplicht was tot terugvordering en dat geen dringende reden tot kwijtschelding was gebleken.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en stelde vast dat de medische stukken geen aanwijzingen bevatten voor uitzonderlijke omstandigheden die een terugvordering in de weg staan. Er waren geen onaanvaardbare gevolgen voor appellant vastgesteld. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de terugvordering bevestigd.
Uitkomst: De terugvordering van onverschuldigde WAO-uitkering wordt bevestigd wegens ontbreken van dringende redenen tot kwijtschelding.