ECLI:NL:CRVB:2011:BP7242
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Geen bijzondere bijstand voor griffierecht gedetineerde in civiele procedure
Appellant, een gedetineerde, verzocht bijzondere bijstand voor de betaling van griffierecht in een civiele procedure aangespannen door een verzekeringsmaatschappij. Het College wees dit af omdat appellant sinds 2002 gedetineerd is en er geen sprake is van zeer dringende redenen zoals bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de WWB.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, en de appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat geen acute noodsituatie bestaat die bijzondere bijstand rechtvaardigt, mede omdat de advocaat de griffierechten had voorgeschoten.
Verder stelde appellant dat weigering van bijzondere bijstand het recht op toegang tot de rechter schendt. De Raad verwierp dit en wees erop dat appellant zich primair tot de griffie moet wenden, die onder omstandigheden uitstel of vermindering kan verlenen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd afgewezen omdat de situatie van een gedetineerde niet vergelijkbaar is met die van een niet-gedetineerde.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen; geen bijzondere bijstand voor griffierecht gedetineerde.