ECLI:NL:CRVB:2011:BP7427
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag eenmalige tegemoetkoming pensioenverevening na echtscheiding
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een eenmalige tegemoetkoming op grond van de Tijdelijke Regeling eenmalige tegemoetkoming pensioenverevening (TRP). De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat appellante langer dan 18 jaar gehuwd was geweest en tijdens het huwelijk een minderjarig kind had, waardoor zij aanspraak kon maken op pensioenverevening volgens de Wet VPS.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad overwoog dat de TRP bedoeld is voor personen die niet onder de overgangsregeling van de Wet VPS vallen en dat de categorie personen die onder artikel 12, tweede lid, van de Wet VPS valt, van de TRP is uitgesloten. Dit geldt ook als het pensioen niet daadwerkelijk is verevend vanwege het drempelbedrag.
Verder oordeelde de Raad dat onbekendheid met de Wet VPS voor rekening van appellante blijft en niet leidt tot een recht op de TRP-uitkering. De Raad concludeert dat de Svb terecht de aanvraag heeft afgewezen en bevestigt de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De aanvraag voor een eenmalige tegemoetkoming pensioenverevening wordt afgewezen omdat appellante valt onder de overgangsregeling van de Wet VPS en onbekendheid met deze wet daaraan niet afdoet.