ECLI:NL:CRVB:2011:BP7429
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing eenmalige tegemoetkoming pensioenverevening bij toepassing Wet VPS overgangsregeling
De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag van betrokkene voor een eenmalige tegemoetkoming op grond van de Tijdelijke Regeling pensioenverevening (TRP) af omdat zij viel onder de overgangsregeling van de Wet verevening pensioenrechten bij echtscheiding (Wet VPS). Betrokkene was langer dan 18 jaar gehuwd en had tijdens het huwelijk een minderjarig kind, waardoor zij volgens de Svb aanspraak kon maken op pensioenverevening, ook al werd die niet daadwerkelijk uitgekeerd vanwege een drempelbedrag.
De rechtbank vernietigde het besluit en kende de tegemoetkoming toe, maar de Svb ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de TRP bedoeld is voor personen die geen gebruik kunnen maken van de Wet VPS, en dat de categorie personen die onder artikel 12, tweede lid, van de Wet VPS valt, van de TRP is uitgesloten, ook als het pensioen vanwege het drempelbedrag niet werd verevend.
De Raad benadrukte dat de regeling grofmazig is opgezet en dat feitelijke pensioenschade niet vereist is voor de TRP, maar dat dit niet geldt voor personen die onder de Wet VPS vallen. Tevens stelde de Raad vast dat betrokkene ten onrechte niet is gehoord in de bezwaarprocedure, waardoor het bestreden besluit terecht door de rechtbank is vernietigd, maar dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven.
De Raad veroordeelde de Svb tot betaling van proceskosten aan betrokkene en bevestigde de afwijzing van de TRP-aanvraag. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 11 maart 2011.
Uitkomst: De aanvraag voor een eenmalige tegemoetkoming op grond van de TRP wordt afgewezen omdat betrokkene onder de overgangsregeling van de Wet VPS valt.