ECLI:NL:CRVB:2011:BP7626
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij autohandel
Appellant ontving bijstand van juni 2000 tot januari 2006. Na onderzoek bleek dat hij inkomsten uit autohandel niet had opgegeven, wat leidde tot intrekking en terugvordering van bijstand over verschillende periodes. De sociale recherche voerde uitgebreid onderzoek uit, waaronder verhoren en gegevensanalyse van RDW, Kamer van Koophandel en autoveiling.
Appellant voerde aan dat hij niet continu handelde in auto's gedurende de betwiste periode, maar de Raad stelde vast dat hij ononderbroken autotransacties verrichtte, ondersteund door getuigenverklaringen en gegevens van autoveiling en RDW. De nauwe samenwerking met anderen die ook autotransacties verrichtten, bevestigde dit.
Het verweer dat het College de bijstand niet kon intrekken over een deel van de periode vanwege een rapportage van de sociale recherche werd verworpen, omdat appellant zijn inlichtingenverplichting niet was nagekomen en het College bevoegd bleef onderzoek te doen.
De Raad concludeerde dat de intrekking en terugvordering terecht waren en bevestigde het vonnis van de rechtbank Groningen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting.