ECLI:NL:CRVB:2011:BP7678
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- O.L.H.W.I. Korte
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens vermeende weigering medewerking huisbezoek niet gerechtvaardigd
Betrokkene ontving sinds 2001 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een onderzoek naar de aanspraken van een derde op een daklozenuitkering, werd een huisbezoek afgelegd bij betrokkene. Tijdens dit huisbezoek ontstond een conflict waarbij betrokkene boos werd en spullen begon te gooien, waarna de handhavingspecialisten het huisbezoek voortijdig beëindigden uit veiligheidsoverwegingen.
Appellant trok daarop de bijstand van betrokkene in wegens vermeende weigering van medewerking aan het huisbezoek. De rechtbank oordeelde dat de medewerking niet geweigerd was en vernietigde het besluit. Appellant ging in hoger beroep, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank, stellende dat noch het gedrag van betrokkene, noch het voortijdig afbreken van het huisbezoek kan worden gekwalificeerd als weigering van medewerking.
De Raad benadrukte dat betrokkene niet weigerde om te vertrekken of kasten te openen en dat de handhavingspecialisten geen poging deden het huisbezoek na het incident te hervatten, wat wel had moeten gebeuren. Het hoger beroep van appellant werd verworpen en de intrekking van de bijstand bleef onterecht. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt verworpen en het besluit tot intrekking van de bijstand wordt bevestigd als onterecht.