ECLI:NL:CRVB:2011:BP8018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugvordering onverschuldigde uitkering UWV
Appellant verzocht het UWV om terug te komen op een besluit uit 1995 tot terugvordering van onverschuldigde uitkeringen over de periode 1989-1994. Het UWV wees dit verzoek af omdat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die een herziening rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen de afwijzing ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de procesgang niet eerlijk was verlopen omdat het UWV ter zitting pas met een pleitnota kwam, en dat er wel nieuwe feiten waren.
De Raad oordeelde dat het UWV in strijd met artikel 8:42 Awb Pro handelde door geen verweerschrift in te dienen, maar dat dit geen gevolgen had. De pleitnota introduceerde geen nieuwe standpunten en appellant kon zijn standpunt adequaat toelichten.
De brieven van de belastingdienst waarop appellant zich baseerde, waren geen nieuwe feiten omdat de belangrijkste brief uit 1995 al in de eerdere procedure was ingebracht. Het verzoek kon daarom terecht worden afgewezen. Ook de afwijzing van het verzoek tot schadevergoeding werd bevestigd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot terugkomen van de terugvordering en het verzoek tot schadevergoeding.