ECLI:NL:CRVB:2011:BP8036
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaam gescheiden leven voor toekenning AOW-pensioen gehuwden
Appellant, geboren in 1943, is in juni 2007 gehuwd en woont sinds het huwelijk gescheiden van zijn echtgenote. Hij vroeg in maart 2008 een ouderdomspensioen aan op grond van de AOW, waarbij hij aangaf gescheiden te leven. De Sociale verzekeringsbank kende hem een pensioen toe als gehuwde. Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij recht had op het pensioen voor ongehuwden, omdat zij gescheiden woonden en ieder een eigen huishouding voerden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep herhaalde appellant zijn argumenten en voerde aan dat sprake was van ongerechtvaardigd onderscheid tussen gehuwden die gescheiden wonen en ongehuwden met een LAT-relatie. De Raad overwoog dat duurzaam gescheiden leven betekent dat echtgenoten ieder hun eigen leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn, en dat dit bestendig moet zijn.
De Raad oordeelde dat appellant en zijn echtgenote niet duurzaam gescheiden leven, omdat zij in weekenden en vakanties bij elkaar verblijven, gezamenlijke activiteiten ondernemen en zich als stel presenteren. Ook is er sprake van financiële verstrengeling. De fiscale status als niet-fiscale partners door de Belastingdienst is niet doorslaggevend. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de wetgever ruime beoordelingsvrijheid heeft en het onderscheid tussen gehuwden en ongehuwden gerechtvaardigd is.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het AOW-pensioen wordt toegekend als gehuwde.