ECLI:NL:CRVB:2013:1658
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ongehuwdenpensioen wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven
Appellante is sinds 1999 gehuwd en heeft in 2010 een AOW-pensioen aangevraagd. Na aanvankelijke toekenning van een gehuwd pensioen verzocht zij om herziening naar een ongehuwdenpensioen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af omdat appellante niet duurzaam gescheiden leeft van haar echtgenoot, ondanks dat zij apart wonen en een gescheiden huishouding voeren.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat duurzaam gescheiden leven niet aannemelijk was omdat appellante en haar echtgenoot regelmatig contact hebben, gezamenlijke activiteiten ondernemen en als gehuwd stel naar buiten treden tijdens gezamenlijke verblijven. Ook de intentie om mogelijk in de toekomst weer samen te wonen, weegt mee.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel en wees het beroep af. De Raad benadrukte dat de omstandigheden onvoldoende aantonen dat appellante en haar echtgenoot een leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn. Het verzoek om een ongehuwdenpensioen wordt daarom terecht afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een ongehuwdenpensioen wordt afgewezen omdat appellante niet duurzaam gescheiden leeft van haar echtgenoot.