ECLI:NL:CRVB:2011:BP8105
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten budgetbeheer wegens onvoldoende noodzaak
Appellant vroeg bijzondere bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) voor de kosten van budgetbeheer vanaf 1 april 2008. Het College van burgemeester en wethouders van Venlo wees deze aanvraag af omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de kosten noodzakelijk waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij vanwege schulden en gebrek aan overzicht over zijn financiën budgetbeheer nodig had. Hij stelde dat de afdeling Schuldhulpverlening een lange wachtlijst had en geen budgetbegeleiding bood, waardoor hij zelf contact opnam met een private bewindvoerder. De Raad oordeelde echter dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de kosten noodzakelijk waren of dat schuldhulpverlening niet toereikend was. Het College had gesteld dat er slechts één schuld was en geen sprake was van ernstige financiële problemen.
Appellant beriep zich ook op het gelijkheidsbeginsel omdat het College wel bijzondere bijstand verleende voor beschermingsbewind en in andere gevallen voor budgetbeheer. De Raad verwierp dit omdat beschermingsbewind een ander rechtsregime betreft en appellant niet had aangetoond dat er sprake was van gelijke gevallen. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor kosten van budgetbeheer wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van noodzaak.