ECLI:NL:CRVB:2011:BP8111
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens en schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand in 2003 en 2004, maar het College van burgemeester en wethouders van Groningen ontdekte via een bestandsvergelijking dat appellant een Postbankrekening met een saldo van ruim €18.000 had, wat de vermogensgrens overschreed. Appellant had dit niet gemeld, waardoor het College de bijstand introk en terugvorderde.
Appellant voerde aan dat hij niet op de hoogte was van de rekening en dus de inlichtingenverplichting niet had geschonden. De Raad oordeelde echter dat het niet aannemelijk is dat appellant hiervan geen weet had, mede gezien een ondertekende notariële brief uit 1988 en het feit dat ook familieleden soortgelijke rentecertificaten ontvingen.
De Raad stelde vast dat appellant ook na kennisgeving in 2007 het College niet informeerde over de rekening. Hierdoor was sprake van schending van de inlichtingenverplichting en was het College bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstand bevestigd.