ECLI:NL:CRVB:2011:BP8923
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
In deze zaak stond centraal of de werkgever terecht een loonsanctie opgelegd kreeg wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen voor een zieke werkneemster. Het UWV had het recht op loon tijdens ziekte met 52 weken verlengd omdat de werkgever niet voldoende had gedaan om de werkneemster te re-integreren.
De rechtbank had het beroep van de werkgever ongegrond verklaard, stellende dat de verzekeringsartsen voldoende bewijs hadden dat de werkneemster wel arbeidsmogelijkheden had en dat de werkgever onvoldoende inspanningen had geleverd. De werkgever voerde in hoger beroep aan dat de bedrijfsarts juist had vastgesteld dat er geen benutbare mogelijkheden waren, maar dit werd door het UWV en de Raad weersproken met rapportages van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen die een tijdcontingente aanpak misten.
De Raad oordeelde dat de medische adviezen zorgvuldig en overtuigend waren en dat de werkgever eindverantwoordelijk is voor de re-integratie, ook als zij de adviezen van de bedrijfsarts volgde. De loonsanctie werd daarom bevestigd omdat de werkgever zonder deugdelijke grond onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door de werkgever wordt bevestigd.