ECLI:NL:CRVB:2011:BQ2507
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-gemelde inkomsten uit autohandel
Appellante ontving bijstand van oktober 2000 tot april 2006. Het College trok de bijstand in en vorderde terug wegens niet-gemelde inkomsten uit autohandel door haar echtgenoot. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond. De Raad oordeelt dat er onvoldoende bewijs is voor autohandel tot maart 2002, maar wel vanaf die datum.
De Raad stelt vast dat appellante de inlichtingenplicht heeft geschonden door geen opgave te doen van de autohandel, ook al stelt zij niet op de hoogte te zijn geweest. Volgens vaste rechtspraak kan een partner zich niet beroepen op onbekendheid met de handelwijze van de ander. Het besluit tot intrekking en terugvordering over de periode tot maart 2002 wordt vernietigd wegens gebrek aan motivering.
De terugvordering over de periode vanaf maart 2002 blijft gehandhaafd. Het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen over de terugvordering, waarbij de kosten van de verleende bijstand opnieuw moeten worden berekend. Appellante's beroep op bijzondere omstandigheden wordt verworpen. De uitspraak is gedaan op 12 april 2011.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over 2000-2006 wordt vernietigd voor de periode tot maart 2002 en bevestigd vanaf maart 2002 met opdracht tot herberekening.