ECLI:NL:CRVB:2010:BM2854
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking en terugvordering bijstand wegens autohandel en schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen sinds 1988 bijstand en werden na een onderzoek van de Sociale Recherche beschuldigd van autohandel en het niet melden van inkomsten, wat leidde tot intrekking en terugvordering van bijstand over diverse periodes tussen 2000 en 2005. Het College van burgemeester en wethouders van Enschede trok de bijstand in en vorderde terugbetaling van ruim €69.000.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor een deel van de intrekking en vernietigde het besluit deels. In hoger beroep betoogden appellanten dat geen sprake was van autohandel en dat de Mercedes niet tot hun vermogen behoorde. De Raad oordeelde dat appellanten de inlichtingenplicht hadden geschonden door transacties en werkzaamheden niet te melden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld over bepaalde perioden. Wel vernietigde de Raad het besluit voor enkele maanden vanwege onvoldoende motivering.
Verder bevestigde de Raad de afwijzing van de aanvraag langdurigheidstoeslag omdat niet kon worden vastgesteld dat aan de voorwaarden was voldaan. De Raad stelde vast dat de redelijke termijn van behandeling van het bezwaar door het College was overschreden en veroordeelde het College tot een schadevergoeding van €500 en vergoeding van proceskosten. Het College werd tevens opgedragen een nieuw besluit te nemen over de terugvordering.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt deels vernietigd en het College wordt veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.