ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3130
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand sinds 1999 en werd onderzocht nadat een hennepkwekerij werd aangetroffen in een pand dat hij huurde. Uit onderzoek bleek dat appellant betrokken was bij bedrijfspanden en activiteiten die verder gingen dan vrijwilligerswerk, waaronder het beheren van administratie en tekenbevoegdheid voor een kledingwinkel.
Het College trok de bijstand in en vorderde te veel betaalde bijstand terug vanwege schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellant zijn activiteiten niet had gemeld, dat deze activiteiten op geld waardeerbare arbeid betroffen en dat appellant geen onderbouwde stellingen had over de omvang en duur van deze werkzaamheden. Het verweer dat appellant geen beloning ontving, werd verworpen.
De Raad zag geen aanleiding om de getuige opnieuw te horen en wees het hoger beroep af, zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.