ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3302
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onvoldoende duidelijkheid woonsituatie en financiële positie
Appellant ontving vanaf april 2005 een bijstandsuitkering. Het College van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft de bijstand vanaf juli 2007 opgeschort en vervolgens ingetrokken, en de kosten van de bijstand over de periode van september 2005 tot juni 2007 teruggevorderd wegens onduidelijkheid over de woonsituatie en financiële positie van appellant.
Appellant stelde dat hij niet in de gemeente Den Haag woonde maar in een andere gemeente en dat hij geen zelfstandige werkzaamheden verrichtte. De Raad stelde vast dat appellant een huurovereenkomst had voor een bungalow in Den Haag, waarvan een deel van de huur door zijn (ex-)vriendin werd betaald, maar dat appellant dit niet had gemeld aan het College, waardoor hij zijn inlichtingenplicht schond.
De Raad oordeelde dat de stellingen van appellant niet konden worden geverifieerd en dat hierdoor het recht op bijstand over de periode niet kon worden vastgesteld. De gronden over bedrijfsmatige activiteiten bleven onbesproken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstand worden bevestigd wegens onvoldoende duidelijkheid over woonsituatie en financiële positie.