ECLI:NL:CRVB:2023:1408
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na medisch onderzoek in Turkije
Appellant, voormalig reachtruckchauffeur, vroeg een WIA-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV liet hem medisch onderzoeken in Turkije, conform het bilaterale verdrag, waarna een verzekeringsarts in Nederland op basis van het Turkse medische rapport een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opstelde. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was.
Appellant voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was omdat hij niet door een Nederlandse verzekeringsarts was onderzocht en dat zijn lichamelijke en psychische klachten onvoldoende waren meegewogen. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek in Turkije volgens het verdrag correct was uitgevoerd en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep zorgvuldig had gehandeld door een telefonische hoorzitting te houden en het dossier te beoordelen zonder fysiek onderzoek.
De Raad vond de medische beoordeling en de aangepaste FML van 13 april 2022, waarin rekening werd gehouden met zowel fysieke beperkingen door een hernia als psychische belasting, voldoende gemotiveerd. De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant geschikt was voor bepaalde functies, waardoor het arbeidsongeschiktheidspercentage onder de 35% bleef. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 3 mei 2022 is ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.