ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
De zaak betreft hoger beroep van een werkgever tegen uitspraken van de rechtbank Maastricht waarin het opleggen van een loonsanctie door het UWV werd bevestigd. Het UWV had de loonsanctie van 52 weken opgelegd omdat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht voor een zieke werknemer.
De Raad beoordeelde of het UWV terecht had geoordeeld dat de werkgever onvoldoende had gedaan om de werknemer te re-integreren. Uit de rapportages van arbeidsdeskundigen bleek dat de werkgever geen deugdelijke grond had om de re-integratie niet tijdig te starten en dat het tweede spoor niet op tijd was ingezet. De werkgever had de adviezen van de bedrijfsarts gevolgd, maar bleef toch verantwoordelijk voor de re-integratie.
Daarnaast werd beoordeeld of het UWV terecht had geweigerd de loonsanctie te verkorten. De Raad oordeelde dat de werkgever haar tekortkomingen niet had hersteld, omdat de werknemer niet structureel was teruggekeerd in werk met passend loon. De Raad bevestigde daarom beide aangevallen uitspraken en wees de vorderingen van de werkgever af.
Uitkomst: De loonsanctie wordt bevestigd en het verzoek tot verkorting wordt afgewezen wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door de werkgever.