ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens ontbreken hoofdverblijf op opgegeven adres
Appellante diende op 11 april 2008 een aanvraag om bijstand in bij het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, met als opgegeven hoofdverblijf een adres in een andere gemeente. Tijdens het onderzoek bleek dat appellante feitelijk het merendeel van haar tijd doorbracht bij een vriendin in een andere gemeente, zonder dat dit het gevolg was van noodzaak maar van vrije keuze.
Het College wees de aanvraag af omdat appellante niet woonachtig was op het opgegeven adres. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat het verblijf buiten het opgegeven adres onvoldoende reden was voor afwijzing en dat het College de aanvraag had moeten doorsturen naar het bevoegde bestuursorgaan van de andere gemeente.
De Raad oordeelde dat appellante haar hoofdverblijf niet had op het opgegeven adres en dat het College bevoegd was de aanvraag te behandelen. De doorzendplicht was niet van toepassing omdat appellante zelf had verklaard woonplaats te hebben in de gemeente waar het College bevoegd was. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen omdat appellante haar hoofdverblijf niet had op het opgegeven adres.