ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4820
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beëindiging toeslag op grond van overgangsrecht Verordening 1408/71 en Toeslagenwet
Betrokkenen ontvingen toeslagen op grond van de Toeslagenwet (TW) naast hun WAO-uitkering terwijl zij in Spanje verbleven. Het UWV bouwde deze toeslagen af en beëindigde ze vanaf 2010, wat tot bezwaar en beroep leidde. De rechtbank oordeelde dat het overgangsrecht van artikel 95 ter Pro, lid 8, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van toepassing was en dat het UWV de toeslagen niet mocht beëindigen op grond van artikel 10 bis Pro van die verordening.
Het UWV stelde in hoger beroep dat het overgangsrecht niet van toepassing was op de TW en dat de intrekking van de toeslag gerechtvaardigd was. De Raad overwoog dat het overgangsrecht uit 1992 nog steeds geldt, mede gelet op het arrest Hendrix van het Hof van Justitie en de latere wijzigingen in de verordening, waaronder opname van de TW in bijlage II bis.
De Raad bevestigde dat personen die vóór 1 juni 1992 toeslagen ontvingen zich kunnen beroepen op het overgangsrecht en dat het UWV de toeslagen niet rechtsgeldig mocht beëindigen. De hoger beroepen van het UWV werden verworpen, de hoger beroepen van betrokkenen niet-ontvankelijk verklaard wegens belangverlies, en het UWV werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het overgangsrecht van Verordening 1408/71 van toepassing is en verklaart de hoger beroepen van het UWV ongegrond.