ECLI:NL:CRVB:2011:BU3186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Intrekking toeslag invaliditeitspensioen Turkse werknemers in strijd met associatierecht EU-Turkije
Betrokkenen, Turkse onderdanen die in Nederland arbeidsongeschikt zijn geworden en een WAO-uitkering met toeslag ontvingen, keerden terug naar Turkije. Het UWV had de toeslagen vanaf 2000 geleidelijk afgebouwd en uiteindelijk ingetrokken wegens het buiten Nederland wonen van betrokkenen.
De rechtbank verklaarde deze besluiten onrechtmatig en vernietigde ze, waarbij werd gewezen op schending van ILO-conventie 118, het Besluit 3/80 van de Associatieraad en non-discriminatiebepalingen uit het EVRM en IVBPR. Het UWV ging in hoger beroep, waarna prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU werden gesteld.
Het Hof beantwoordde de vragen en oordeelde dat artikel 6, lid 1, van Besluit 3/80 rechtstreeks toepasselijk is en dat de toeslag niet mag worden afgebouwd vanwege het wonen in Turkije. Ook stelde het Hof dat de situatie van Turkse werknemers die arbeidsongeschikt terugkeren naar Turkije niet vergelijkbaar is met die van EU-onderdanen die naar hun land terugkeren.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze lijn, oordeelde dat de toeslagen niet mogen worden afgebouwd of ingetrokken op grond van het associatierecht en EU-recht, en veroordeelde het UWV tot betaling van proceskosten aan betrokkenen.
Uitkomst: De intrekking en afbouw van toeslagen aan Turkse arbeidsongeschikte werknemers die in Turkije wonen is onrechtmatig en de toeslagen dienen onverminderd te worden betaald.