ECLI:NL:CRVB:2011:BU3184
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Intrekking toeslag invaliditeitspensioen Turkse werknemers in strijd met EU-associatierecht
Betrokkenen, Turkse onderdanen die in Nederland hebben gewerkt en arbeidsongeschikt zijn geworden, ontvingen een toeslag op hun WAO-uitkering. Na terugkeer naar Turkije werd deze toeslag op grond van de Wet beperking export uitkeringen (Wet BEU) en de Toeslagenwet (TW) afgebouwd en uiteindelijk beëindigd. Betrokkenen stelden dat deze afbouw in strijd was met internationale en Europese regelgeving, waaronder ILO-conventie 118 en het associatierecht.
De Centrale Raad van Beroep heeft prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, dat oordeelde dat artikel 6, lid 1, van Besluit 3/80 rechtstreeks toepasselijk is en dat Turkse onderdanen zich hierop kunnen beroepen om te voorkomen dat hun toeslag wordt afgebouwd vanwege hun woonplaats in Turkije. Verder oordeelde het Hof dat de situatie van Turkse werknemers die arbeidsongeschikt zijn geworden en naar Turkije zijn teruggekeerd niet vergelijkbaar is met die van EU-onderdanen die vrij kunnen reizen en verblijven binnen de EU.
De Raad bevestigt dat de toeslagen niet mogen worden afgebouwd per 1 januari 2008 zoals bij EU-onderdanen, omdat dit in strijd zou zijn met het associatierecht en het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst EU-Turkije. De Raad veroordeelt het UWV tot betaling van proceskosten aan twee betrokkenen en verklaart het beroep gegrond, waarbij de bestreden besluiten worden vernietigd en de toeslag onverminderd dient te worden betaald zolang aan de voorwaarden wordt voldaan.
Uitkomst: De toeslag op de WAO-uitkering van Turkse werknemers die in Turkije wonen mag niet worden afgebouwd en het UWV moet deze onverminderd blijven betalen.