ECLI:NL:CRVB:2011:BQ6572
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- C. van Viegen
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Weigering ziekengeld aan kok-matroos wegens uitsluiting werknemersverzekeringen
Appellant, een Indonesische kok-matroos, werkte op een zeeschip en vroeg ziekengeld aan op grond van de Ziektewet (ZW). Het UWV wees dit af omdat appellant niet als werknemer in de zin van de ZW werd beschouwd, onder meer omdat hij als vreemdeling deel uitmaakte van de bemanning van een zeevaartuig en woonde aan boord, waardoor hij volgens artikel 9 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden werknemersverzekeringen 1990 was uitgesloten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, onder meer vanwege zijn niet-rechtmatig verblijf in Nederland. In hoger beroep erkende het UWV dat deze grond onjuist was toegepast, maar handhaafde de weigering op basis van artikel 9 van Pro het Besluit. Appellant stelde dat dit onderscheid naar nationaliteit onrechtvaardig was en in strijd met het gelijkheidsbeginsel en internationale verdragen.
De Raad oordeelde dat het onderscheid naar nationaliteit gerechtvaardigd is omdat Nederlandse zeelieden wel verzekerd zijn en vreemdelingen niet, mede vanwege het ontbreken van een band met Nederland en het feit dat vreemdelingen geen aanspraak kunnen maken op Nederlandse uitkeringen bij terugkeer in hun land. Daarnaast is er een regeling in het Wetboek van Koophandel die doorbetaling van loon bij ziekte voor niet-verzekerde bemanningsleden regelt.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en EU-recht werd verworpen omdat appellant geen EU-burger is en het onderscheid voldoende is gerechtvaardigd. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak vernietigd.