ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7282
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en herroeping besluiten UWV inzake WAO-uitkering wegens onvoldoende vastgestelde beperkingen
De zaak betreft het hoger beroep van betrokkene tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te verlagen van een arbeidsongeschiktheid van 65-80% naar 25-35%. De rechtbank had het besluit vernietigd vanwege onzorgvuldig medisch onderzoek en de Raad benoemde een deskundige, psychiater Dijken, die ernstige cognitieve beperkingen vaststelde bij betrokkene.
De bezwaarverzekeringsarts Momberg betwistte deze conclusies, maar de Raad oordeelde dat de deskundige voldoende gemotiveerd had waarom het commentaar van Momberg niet tot herziening van zijn oordeel leidde. De Raad volgt het oordeel van de deskundige en stelt vast dat de beperkingen niet juist waren vastgesteld en dat de aan betrokkene voorgehouden functies niet op juiste gronden berustten.
Daarnaast oordeelt de Raad dat de rechtbank ten onrechte geen beslissing heeft genomen over de vergoeding van de kosten van het neuropsychologisch rapport van Van der Scheer en veroordeelt het UWV tot vergoeding van deze kosten, de proceskosten en de wettelijke rente over de na te betalen uitkering.
De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak en herroept het besluit van 5 februari 2007, waarbij de WAO-uitkering was verlaagd. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van kosten en wettelijke rente, waarmee de belangen van betrokkene worden hersteld.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot verlaging van de WAO-uitkering wordt vernietigd en herroepen, met veroordeling tot vergoeding van kosten en wettelijke rente.