ECLI:NL:CRVB:2013:BY8470
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende inzicht in kasstortingen
Appellante ontving bijstand sinds 1983 en kreeg deze met terugwerkende kracht ingetrokken over 2002-2007 wegens schending van de inlichtingenplicht. Na een nieuwe aanvraag in 2010 wees het college deze af vanwege onverklaarde maandelijkse kasstortingen van circa €500 op haar bankrekening in 2008 en 2009.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. Appellante stelde dat zij afhankelijk was van schenkingen van familieleden die zij deels op haar bankrekening stortte om vaste lasten te betalen, maar kon dit niet met verifieerbare gegevens onderbouwen.
De Raad oordeelde dat de kasstortingen niet voldoende inzichtelijk waren gemaakt, mede omdat de betalingen contant plaatsvonden en de schuldbekentenissen niet de volledige stortingen dekken. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat appellante in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde, waardoor het college de aanvraag terecht afwees op grond van de WWB.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende inzicht in de herkomst van kasstortingen.