ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9788
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstandsuitkering wegens ontbreken hoofdverblijf op opgegeven adres
Appellant diende na eerdere beëindiging van zijn bijstandsuitkering opnieuw een aanvraag in, welke door het College van burgemeester en wethouders van Nijmegen werd afgewezen op grond van het ontbreken van zijn hoofdverblijf op het opgegeven adres.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat zijn woonsituatie was gewijzigd en er geen sprake was van zeer dringende redenen zoals bedoeld in artikel 16, eerste lid, WWB.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het opgegeven adres een drugspand betrof, dat het College onvoldoende onderzoek had gedaan en dat sprake was van een acute noodsituatie door een ziekenhuisopname.
De Raad oordeelde dat appellant niet had aangetoond dat hij feitelijk op het adres verbleef, mede gelet op huisbezoeken en gesprekken met gemeenteambtenaren. De noodsituatie werd niet als grond voor bijstand erkend omdat uitsluitingsgronden niet van toepassing waren.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.