ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9827
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde WW-voorschotten aan startende zelfstandige
Appellant, een startende zelfstandige, ontving gedurende een startperiode van zes maanden WW-voorschotten die later werden verrekend met 70% van zijn inkomsten als zelfstandige. Na vaststelling bleek dat appellant €9.249,50 te veel had ontvangen. Het UWV vorderde dit bedrag terug, wat appellant betwistte met een beroep op onjuiste voorlichting en dringende financiële omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de berekeningswijze van het UWV, waarbij de ondernemersaftrek bij de inkomsten wordt betrokken, correct is en dat appellant geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen aan de informatie die suggereerde dat de ondernemersaftrek buiten beschouwing zou blijven.
Verder is geen sprake van een dringende reden om af te zien van terugvordering, aangezien appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat terugvordering onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen heeft, noch dat het tot faillissement van zijn onderneming zal leiden. De maandelijkse invordering van €150,- sinds 2010 ondersteunt dit oordeel.
Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de terugvordering bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €9.249,50 aan te veel betaalde WW-voorschotten aan appellant.