ECLI:NL:CRVB:2011:BR2242
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid door niet-naleving re-integratieverplichtingen
Appellante was werkzaam als cashier associate en meldde zich ziek na zwangerschapsverlof. De bedrijfsarts stelde vast dat zij beperkt arbeid kon verrichten, waarop de werkgeefster passende werkzaamheden aanbood. Appellante weigerde deze werkzaamheden en verscheen niet op een re-integratiegesprek op 12 mei 2009, ondanks waarschuwingen.
Het UWV weigerde de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid, omdat appellante niet voldeed aan haar re-integratieverplichtingen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat het niet verschijnen op het gesprek een dringende reden tot ontslag opleverde.
In hoger beroep bevestigde de Raad dat de weigering passende arbeid te verrichten op zichzelf geen dringende reden is, maar in combinatie met het niet verschijnen op het gesprek wel. Appellante kon geen persoonlijke omstandigheden aantonen die dit rechtvaardigden. De Raad concludeerde dat het UWV terecht de WW-uitkering heeft geweigerd en bevestigde het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: De WW-uitkering werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid door het niet naleven van re-integratieverplichtingen.