ECLI:NL:CRVB:2011:BR2448
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens nalaten passende arbeid te aanvaarden
Appellant was tijdelijk in dienst als persvoorlichter bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Na een onwerkbare situatie bood de werkgever hem vervangende werkzaamheden aan, die als passende arbeid werden aangemerkt. Appellant weigerde dit aanbod en kreeg daarop eervol ontslag met betaling van de opzegtermijn.
Het UWV weigerde de WW-uitkering blijvend geheel wegens verwijtbare werkloosheid, omdat appellant passende arbeid niet had aanvaard en daarmee een benadelingshandeling had gepleegd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het aanbod van vervangende werkzaamheden passend was, ondanks de bezwaren van appellant over mogelijke loopbaan- en reputatieschade. De weigering van passende arbeid leidde tot verwijtbare werkloosheid en rechtvaardigde de blijvende gehele weigering van de WW-uitkering. De Raad wees ook het verzoek om schadevergoeding af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de blijvende gehele weigering van de WW-uitkering wegens nalaten passende arbeid te aanvaarden.