ECLI:NL:CRVB:2011:BR2706
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandaanvraag wegens niet-levensvatbaar ondernemingsplan ambulante handel waterbedden
Appellant vroeg bijstand aan op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 om een ambulante handel in waterbedden te starten. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Borger-Odoorn wees de aanvraag af op basis van een advies van het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (IMK), dat het bedrijf niet levensvatbaar achtte.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, stellende dat het advies van het IMK onjuist was, verouderd, en dat zijn bedrijf wel levensvatbaar zou zijn. De Raad oordeelde dat het College terecht het advies van het IMK als basis voor haar besluit had genomen, omdat dit advies zorgvuldig was opgesteld en geen feitelijke onjuistheden bevatte.
De Raad verwierp het argument dat het advies verouderd was, omdat de situatie ten tijde van het primaire besluit bepalend is. Ook was er geen aanleiding om het besluit als onzorgvuldig voorbereid te kwalificeren. De Raad zag geen reden voor een proceskostenveroordeling en bevestigde de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De aanvraag bijstand ter voorziening in levensonderhoud en bedrijfskapitaal wordt afgewezen wegens niet-levensvatbaarheid van het bedrijf.