ECLI:NL:CRVB:2014:1590
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstand en terugvordering geldleningen wegens niet-levensvatbaar bedrijf
Appellant startte in maart 2009 een traprenovatiebedrijf en ontving aanvankelijk rentedragende en renteloze geldleningen als bijstand. Na meerdere aanvragen en adviezen van deskundige instanties, waaronder B&R Adviesgroep, oordeelde het college dat het bedrijf niet levensvatbaar was en wees de aanvraag van bijstand af. Tevens stelde het college de geldleningen opeisbaar en vorderde deze terug wegens duurzame betalingsonmacht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn bedrijf wel levensvatbaar is, dat het rapport van B&R onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd is, en dat hij geen contra-expertise kon laten verrichten wegens gebrek aan middelen. Tevens beriep hij zich op dringende redenen om terugvordering te voorkomen.
De Raad overwoog dat het college zich terecht baseerde op deskundige adviezen en dat appellant onvoldoende objectieve gegevens had aangeleverd om het tegendeel te bewijzen. Het ontbreken van een contra-expertise deed hieraan niet af. De Raad bevestigde dat appellant niet aan zijn aflossingsverplichtingen voldeed en dat geen dringende redenen bestonden om terugvordering te voorkomen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van geldleningen wordt bevestigd wegens niet-levensvatbaarheid van het bedrijf.