ECLI:NL:CRVB:2011:BR3093
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende onderzoek woonadres
Appellanten vroegen bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en gaven op dat zij inwonend waren bij familie op een bepaald adres. Het College bezocht dit adres, trof appellanten niet aan en kreeg van de hoofdbewoner een verklaring dat appellanten daar niet wonen. Op basis hiervan wees het College de aanvraag af wegens schending van de inlichtingenplicht.
Appellanten maakten bezwaar en stelden dat de hoofdbewoner verkeerde informatie had gegeven vanwege taalproblemen en dat zij wel degelijk op het adres woonden. Zij overlegden foto’s en getuigenverklaringen ter ondersteuning. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het College onvoldoende onderzoek had gedaan en appellanten niet had gehoord over de bevindingen van het huisbezoek.
De Raad stelde dat het College de bewijslast draagt voor de schending van de inlichtingenplicht en dat de enkele verklaring van de hoofdbewoner onvoldoende is om vast te stellen dat appellanten onjuiste informatie hebben verstrekt. Het besluit en de uitspraak van de rechtbank werden vernietigd en het College werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.