ECLI:NL:CRVB:2011:BR3532
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking WAO-uitkering en vergoeding kosten bezwaar met overschrijding redelijke termijn
De zaak betreft hoger beroep van de erven van wijlen betrokkene en het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam over de intrekking van een WAO-uitkering en de vergoeding van kosten in bezwaar.
De Raad bevestigt het besluit om niet terug te komen op het intrekkingsbesluit van 14 januari 2003 en vernietigt het besluit van 21 juni 2011 voor zover daarin niet is beslist op het verzoek om vergoeding van de kosten in bezwaar. Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van deze kosten en wettelijke rente over de na te betalen uitkering.
Verder oordeelt de Raad dat de totale duur van de procedure de redelijke termijn in de rechterlijke fase heeft overschreden. Daarom wordt het onderzoek heropend voor een nadere uitspraak over schadevergoeding wegens deze overschrijding, waarbij de Staat der Nederlanden als partij wordt aangemerkt.
De Raad benadrukt dat het UWV bij het besluit op bezwaar had moeten beslissen over de kostenvergoeding en dat het niet aan betrokkene te wijten is dat het eerdere besluit onrechtmatig was. De procedure kende meerdere fasen, waarbij de bestuursrechtelijke fase binnen redelijke termijn werd afgerond, maar de rechterlijke fase langer dan toegestaan duurde.
De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 27 juli 2011.
Uitkomst: Het besluit om niet terug te komen op het intrekkingsbesluit wordt bevestigd, het besluit over kostenvergoeding in bezwaar wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van kosten en wettelijke rente; het onderzoek wordt heropend voor schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.