ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5840
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Heropening WAO-uitkering na intrekking en beoordeling toegenomen arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft het hoger beroep tegen de intrekking van de WAO-uitkering van wijlen betrokkene per 20 juli 2003. Het Uwv had de uitkering ingetrokken en geweigerd deze te heropenen wegens het ontbreken van nieuwe feiten en het niet voldoen aan de voorwaarde dat toegenomen arbeidsongeschiktheid voortkomt uit dezelfde ziekteoorzaak.
De rechtbank had het intrekkingsbesluit bevestigd maar het besluit tot weigering van heropening vernietigd vanwege onvoldoende onderzoek naar het tijdstip van toegenomen arbeidsongeschiktheid. De erven en het Uwv gingen in hoger beroep tegen verschillende onderdelen van deze uitspraak.
De Raad bevestigt dat het intrekkingsbesluit rechtsgeldig is en dat geen nieuwe feiten zijn aangevoerd die herziening rechtvaardigen. De Raad wijst het hoger beroep van de erven af. Het hoger beroep van het Uwv slaagt echter deels: de Raad oordeelt dat het Uwv voldoende heeft onderzocht dat toegenomen arbeidsongeschiktheid niet eerder dan 23 augustus 2003 is ingetreden.
De Raad draagt het Uwv op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen over de vraag of de arbeidsongeschiktheid vanaf 23 augustus 2003 onafgebroken vier weken heeft geduurd en zo ja, welke mate van arbeidsongeschiktheid per 20 september 2003 toekenning van een uitkering met toepassing van artikel 43a WAO rechtvaardigt.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 25 mei 2011.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 20 juli 2003 wordt bevestigd; het Uwv moet een nieuw besluit nemen over de heropening van de uitkering na 23 augustus 2003.