ECLI:NL:CRVB:2011:BR3559
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- W.H. Bel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit en niet-ontvankelijkverklaring bezwaar bij vermogensvaststelling WWB
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB, waarbij haar vermogen werd vastgesteld. Het College stelde haar vermogen bij meerdere gelegenheden vast, onder meer in een brief van 10 januari 2008, waarin werd meegedeeld dat een terugvordering zou volgen. Appellante maakte bezwaar tegen deze brief en het daarop volgende besluit van 3 oktober 2008, dat haar bezwaar ongegrond verklaarde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de brief van 10 januari 2008 geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro is, omdat het een mededeling van informatieve aard betreft zonder zelfstandig rechtsgevolg. Hierdoor had het bezwaar niet-ontvankelijk moeten worden verklaard.
De Raad vernietigt het besluit van 3 oktober 2008 en de aangevallen uitspraak van de rechtbank, verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk en veroordeelt het College in de proceskosten van appellante. Tevens overweegt de Raad dat bij een eventuele toekomstige terugvordering de voorlopige belastingaanslag over 2005 als negatief vermogensbestanddeel moet worden meegewogen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de brief van 10 januari 2008 wordt niet-ontvankelijk verklaard en het besluit van 3 oktober 2008 wordt vernietigd.