ECLI:NL:CRVB:2011:BR3847
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling korting op partnertoeslag AOW wegens niet-verzekerde jaren en toepassing NMV tussen Nederland en Marokko
Appellant en appellante, gehuwd en woonachtig respectievelijk in Nederland en Marokko, maakten bezwaar tegen een korting op het ouderdomspensioen en de partnertoeslag op grond van niet-verzekerde jaren. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) had een korting toegepast omdat appellante niet was toegelaten tot de vrijwillige verzekering voor de AOW na 1 november 2004.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de Svb terecht de gewijzigde bepalingen van het NMV toepaste en dat onbekendheid met de regelgeving geen grond voor een bijzonder geval vormde. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de rechtbank ambtshalve onbevoegd was voor het beroep van appellante, maar verklaart deze onbevoegdheid gedekt.
De Raad stelt vast dat de huwelijkse tijdvakken van vóór 1 november 2004 onder het oude NMV vallen en dat deze aanspraken beschermd zijn door artikel 39 NMV Pro (oud), waardoor zij ook na de wijziging moeten worden gehonoreerd. De Svb heeft het bezwaar van appellant tegen de korting op de partnertoeslag ten onrechte ongegrond verklaard. Het beroep van appellante tegen de weigering tot vrijwillige verzekering faalt echter wegens niet-tijdige aanvraag. De Raad vernietigt het besluit over bezwaar 1 en bevestigt het besluit over bezwaar 2, en veroordeelt de Svb in de proceskosten.
Uitkomst: Besluit over bezwaar 1 vernietigd en nieuw besluit vereist; besluit over bezwaar 2 bevestigd; Svb veroordeeld in proceskosten.